Interessant rondom mijn eigen persoon is de laatste maanden het verschil in perceptie tussen de twee verschillende branches waarin ik me begeef. De (nieuwe) media en de recruitmentbranche.
In zie mezelf als een marketeer. Daar heb ik ook mijn scholing in en veel ervaring in. Ik ben dus iemand die zich begeeft op het vakgebied tussen ‘wat willen de klanten’, ‘wat willen wij als bedrijf’ en ‘hoe kunnen we hier geld aan verdienen’. Hierbij is het belangrijk om dus het onderscheid te maken tussen marketing en marketingcommunicatie (het laatste is slechts onderdeel van de marketingstrategie).
Ik ben echter marketeer voor de arbeidsmarkt- en recruitmentsector, daar ligt mijn specialisatie. In de recruitmentbranche hoor ik vaak dat ik geen recruitment ervaring heb, dus mijn mond moet houden want ‘ik weet niet hoe het echt werkt’. Nu is het feit dat ik geen recruitment ervaring heb al niet waar. Ik heb nooit bij een werving- en selectiebureau gewerkt, dat is waar, ik heb echter wel corporate recruitment ervaring. Maar ik beschouw elke opmerking om iemand onderuit te halen met een dergelijk argument altijd als een zwaktebod, omdat ze het inhoudelijke punt wat je maakt blijkbaar niet kunnen tackelen. Ad hominem wordt dat genoemd, de één na laagste laag van argumentatie van Graham’s hierarchy of disagreement.
Belangrijk om natuurlijk te weten is dat alle echte innovaties altijd van buiten de branche komen. En in deze sector voel ik mij gesteund door het feit dat een zeer gerespecteerde (ook zeker door mij) vernieuwer die veel voor de recruitmentindustrie gedaan heeft, Frank Roders, ook marketeer is. Maar dat even terzijde.
Wat vooral interessant is, is het verschil in perceptie tussen de wereld van online marketeers en de van recruiters. In de nieuwe media word ik steenvast voorgesteld als ‘de recruitment specialist’ of ‘de arbeidsmarktcommunicatie specialist’. Waarbij ik zelf altijd nadrukkelijk aangeef dat er nog genoeg anderen zijn, dus dat het woordje ‘de’ beter vervangen kan worden door ‘een van de’. Ik beschouw mij zeker niet beter dan bijvoorbeeld een Ricardo Risamasu, Gordon Lokenberg, Frank Meeuwsen (of de rest van Rhinofly) of Marc Drees (om er maar een paar te noemen).
Dit terwijl ik in de recruitment industrie veelal gebrandmerkt ben met veel negatievere percepties. ‘Iemand die overal makkelijk een mening over heeft zonder al te veel onderbouwing’ of ‘Daar zal hij wel weer op zijn Bas van de Haterds op reageren’ zijn kreten die mij via via regelmatig ter oren komen. Bijzonder daaraan is overigens wel dat de gemiddelde marketeer als ze het ergens niet mee eens zijn inhoudelijk en niet anoniem in discussie gaan met me. Een recruiters doet dat zelden of nooit en als ze al reageren is dat nagenoeg altijd anoniem en eigenlijk nooit met een inhoudelijke onderbouwing waarom iets niet correct is volgens hem of haar.
Het perceptieverschil rondom mijn persoon is groot tussen de beide branches en ergens doet me dat eigenlijk goed. Want ik ben van mening dat de recruitment industrie nog erg veel te leren heeft over nieuwe media en vooral omgangsvormen die daar uit voortkomen. Het feit dat er dus zoveel weerstand is vanuit deze branche is voor mij een teken dat de pijn nu langzaam voelbaar is in de branche, maar men nog niet wil erkennen dat er echt een fundamentele verschuiving aan het plaats vinden is. Ik help mijn klanten graag met het faciliteren van deze transformatie, van zenden naar converseren met kandidaten bijvoorbeeld.
Bij Media Plaza zeiden we altijd: HR loopt gemiddeld 2 tot 3 jaar achter marketing aan. Dat zagen we doordat de onderwerpen op marketingplaza gemiddelde 2 tot 3 jaar later een HR of recruitment tintje kregen. Dus zolang ik mij blijf verdiepen in waar marketing mee bezig is en daar mijn klanten in de recruitment over blijf adviseren, lopen mijn klanten voorop in de strijd. En zal ik door de rest altijd gezien worden als die vervelende man die altijd maar blijft roepen dat alles anders moet. Een rol die me eigenlijk wel goed ligt.