Economie en educatie

Deze week heb ik weer eens The Economist gekocht op mijn iPad. Een briljant tijdschrift dat over het algemeen een eigen (liberale) mening heeft, maar dit wel genuanceerd brengt en altijd met de onderbouwing van vele onderzoeken, feiten en cijfers.

Dit keer was er een special over de stand van de wereldeconomie en in het bijzonder de verschillen tussen arm en rijk. Zowel in de wereld als binnen landen.

Bijzonder interessant is dat verschillende onderzoeken uitwijzen wat ik al jaren roep, namelijk dat onderwijs de sleutel is voor een betere economie. Daar waar meer mensen een opleiding hebben, loopt de economie beter. Logisch zou je zeggen, maar dan is de vraag waarom in hemelsnaam de overheden dit niet door hebben?

Amerika

Als we naar Amerika kijken heeft meer dan 50% daar maximaal een high school (middelbare school) diploma. In Europa heeft bijna 80% een ‘vervolgstudie’, van MBO tot universiteit. De productiviteitsgroei in Europa is vele malen hoger dan in Amerika. De vergelijking die The Economist maakt op basis van productie per persoon (die in Europa zo’n 75% is van Amerika) gaat scheef als je dit per gewerkt uur doet (men werk in Amerika veel meer uren).

Bijzonder aan het Amerikaanse systeem is dat er behoorlijk weinig geld gaat naar onderwijs. Er is een grote tweedeling en zowel de kwantiteit van het aantal diploma’s als de  kwaliteit van veel diploma’s laat ernstig te wensen over. De oplossing voor de Amerikaanse economische problemen ligt voor een heel groot deel in onderwijs. Zorgen dat meer mensen onderwijs volgen en vervolgens ook het niveau van het onderwijs verhogen. De McJobs hebben niet de toekomst. Misschien kan Amerika hiervoor naar het zuiden kijken, want in Zuid Amerika zijn er een aantal hele bijzondere dingen aan de hand.

Brazilië

In Brazilië, en de rest van Zuid Amerika, is de Gini coëfficiënt, die aangeeft hoe het verschil in welvaart tussen de top en de bodem van de maatschappij is, gedaald. Als enige continent in de wereld is het verschil daar kleiner geworden. De voornaamste reden hiervoor: de investeringen in onderwijs. Bijzonder genoeg is dit verschil minder te merken in de extreem linkse landen als  Venezuela, maar bijvoorbeeld in Brazilië. Hier stopt men veel geld in toegang tot scholen, maar heeft men ook een heel bijzonder model bedacht dat er gebruik van gemaakt wordt. Men heeft ook de laatste jaren een soort bijstand ingevoerd. Een deel daarvan is echter bij families met schoolgaande kinderen afhankelijk van het ook daadwerkelijk naar school gaan. In andere woorden: als het kind spijbelt, worden de ouders gekort op de bijlage die ze krijgen.

Plots heeft een gezin een hele belangrijke stok achter de deur om educatie te stimuleren en is het ”bijverdienen” door kinderen minder lucratief. Brazilië gebruikt dus zijn enorme groei van dit moment om ook de komende decennia te kunnen profiteren. Eindelijk een land dat niet enkel op korte termijn denkt als er een keer geld is.

Nederland en Europa

Voor Nederland en Europa denk ik dat hetzelfde geldt. Er kan nog veel gewonnen worden met educatie. Nederland heeft het redelijk goed voor elkaar met het systeem, maar de kwaliteit moet vooral omhoog. Kwantitatief zitten we wel goed. Als ik kijk naar andere, bijvoorbeeld Zuid Europese, landen zoals Spanje en Portugal is het ook voor een groot deel de kwaliteit die omhoog moet. Spanje en Portugal hebben een groot probleem met taal, ze spreken slecht Engels en dat is in de internationale wereld gewoon een probleem. Je zou verwachten dat ze een voordeel hebben omdat Spaans de meest gesproken primaire taal ter wereld is, maar zonder Engels mis je de andere helft van de wereld zeg maar.

Economische vooruitgang

Lange termijn economische vooruitgang boek je voor een behoorlijk deel door je bevolking te onderwijzen. Toegankelijk onderwijs voor iedereen, van basisschool tot universiteit. Dat wil niet zeggen dat alles gratis hoeft en dat iedereen maar voor alles moet betalen. Het huidige systeem van de basisbeurs ben ik nooit voor geweest en het steeds maar weer beknibbelen ook niet. Een langstudeerboete is geen slimme zet, maar een sociaal leenstelsel zal allerlei psychologische problemen opwerpen. Ik heb al eerder geschreven dat je volgens mij mensen moet belasten naar mate hun succes dat ze dankzij de opleiding hebben. Dus gewoon mensen die studies doen een extra procent belasting laten betalen per studie. Daar kan je dan ook een ‘langstudeerboete’ in stoppen, je kan b.v. 1% vragen voor 5 jaar studie en 0,5% extra belasting voor elk jaar extra (of misschien 0,25%, pin me niet vast op de cijfers). Daarmee maak je dus meerdere studies mogelijk, langer studeren, bestuursjaren (die betalen zich toch terug, dus waarom zou je de staat niet mee laten profiteren daarvan), etc. Je moet dan natuurlijk wel ook het collegegeld afschaffen, als je de basisbeurs afschaft. Die vallen praktisch tegen elkaar weg. Je zou dan een sociaal leenstelsel in het leven kunnen roepen voor degene die ook niet kunnen voorzien in hun levensonderhoud.

Educatie en economische vooruitgang zijn zeer sterk met elkaar gecorreleerd, daar in deze tijden van economische rampspoed op bezuinigen zal op de lange termijn onze economie enkel verder in het slop brengen.